Ruimte nemen. Ruimte geven.
Op weg naar optimaal samenspel in een volle leefomgeving.
De natuurlijke hoeder van de leefomgeving. Geen ‘hindermacht’, maar een onafhankelijke partij die de samenleving dient. Zo ziet Ruben Vlaander de omgevingsdienst en die rol wil hij zichtbaarder maken. ‘Het is tijd dat omgevingsdiensten duidelijker positie innemen.’
Ruben Vlaander is directeur van Omgevingsdienst Groene Metropool en voorzitter van Omgevingsdienst NL, de landelijke vereniging van de omgevingsdiensten. Hij spreekt bevlogen over het werk van ‘zijn’ omgevingsdiensten. Tegelijkertijd is hij realistisch: erg bekend en bemind zijn de diensten nog niet.
Vlaander vindt het daarom tijd dat omgevingsdiensten hun publieke waarde duidelijker laten zien. ‘Juist omdat de druk op de leefomgeving en de ruimte in ons land toeneemt, wordt er iets anders gevraagd van de omgevingsdienst. Niet alleen controle, handhaving en uitvoering, maar ook steeds vaker proactief advies en tegenspraak richting bestuurders en beleidsmakers. Dat vraagt vakmanschap én lef.
Positie pakken dus. Het klinkt logisch, maar hoe werkt dat in een complex bestuurlijk krachtenveld? Wie bepaalt? Wie betaalt? En wie zegt wanneer iets niet kan? Met die vragen stapt Omgevingsdienst Groene Metropool de arena in. In gesprekken met bestuurders, bedrijven, bewoners en medewerkers gaan we op zoek naar antwoorden. We trappen af met Ruben Vlaander.

Je zegt: we moeten positie pakken. Wat betekent dat voor de omgevingsdienst?
‘Dat betekent dat je zichtbaar bent en je uitspreekt. Dat je vanuit een gelijkwaardige positie je expertise en inzichten deelt met bestuurders, beleidsmakers, bedrijven en burgers. Wij zijn er juist om onafhankelijk te kijken naar wat veilig is voor de omgeving en wat verantwoord is voor het milieu. Dan moet je daar ook voor staan. Ook als het spannend wordt.’
Waar wordt het spannend volgens jou?
‘De mensen die ons financieren en opdracht geven, zijn ook de bestuurders aan wie wij een inhoudelijk oordeel geven. Dat hoort erbij. De ouderwetse gedachte ‘wie betaalt bepaalt’ leeft helaas nog voor een deel. Die spanning zit ingebakken in het systeem, maar die kan ervan af. Kijk bijvoorbeeld naar het RIVM. Dat wordt ook betaald door de overheid om onafhankelijk onderzoek uit te voeren. Weinig mensen trekken de rol en de kennis van het RIVM in twijfel.
Omdat wij diensten verlenen waar mensen niet per se op zitten te wachten, zal het altijd een beetje blijven schuren. En dat mag ook. Want soms is onze boodschap: dit kan niet. Of: dit is niet verstandig. Dat is een ongemakkelijk gesprek, maar dat hoort er ook bij. En hoe meer je je uitspreekt, hoe meer weerstand je kunt verwachten. Maar wij zitten er om het algemeen belang te dienen, om het schoon en veilig te houden, om grenzen te bewaken. Dan kun je niet altijd meebewegen, dan is het een kwestie van je rug recht houden.’
Veel van jullie werk is onzichtbaar. Hoe maak je jullie waarde zichtbaar?
‘Dat is niet eenvoudig, want het succes van ons werk zit vaak in wat er níet gebeurt. Een balkon dat stevig hangt. Milieuschade die zich niet voordoet. Dat er geen wildgroei aan bebouwing ontstaat. Het valt niet op, maar dat is wel het resultaat van goed toezicht en vakmanschap.
Volgens mij moeten we niet uitleggen dát we vergunningen verlenen, maar uitleggen waarom we reguleren. Kijk naar steden als Arnhem en Nijmegen. Waarom willen mensen hier wonen? Dat zit in de kwaliteit van die leefomgeving. In de ruimte, in de gebouwen, in de parken. Dat wil je behouden. Dat zijn geen toevalligheden. Dat is het resultaat van keuzes. Van vergunningverlening, van regels, van toezicht.
Dus als iemand belt of een vraag stelt – waarom heb ik een vergunning nodig, waarom moet ik hiervoor betalen? – is het niet handig om te zeggen: dat staat in ons handboek, dat zijn nu eenmaal de regels. Dan kunnen we beter uitleggen wat daarachter zit, wat we proberen te beschermen. Bereikbaar zijn, het gesprek voeren, uitleggen waarom je iets doet. Daar wordt uiteindelijk het vertrouwen verdiend en de waarde van onze dienst voelbaar.
Richting bestuurders en beleidsmakers zit zichtbaarheid in het inhoudelijke gesprek. Expertise delen vanuit een gelijkwaardige positie. Niet alleen uitvoeren, maar ook teruggeven wat we zijn en wat dat betekent. Vanuit de praktijk laten zien wat werkt en wat niet werkt, en zo ook invloed hebben op hoe beleid zich ontwikkelt. Beleid zonder executiekracht blijft een papieren tijger. Ik heb het daar vaak over, mensen worden er weleens moe van, maar ik blijf het zeggen: zonder executiekracht gebeurt er gewoon niks. Maar het werkt ook de andere kant op: executiekracht zonder richting wordt willekeur. We hebben elkaar hard nodig.’
Omgevingsdienst Groene Metropool gaat zelf ‘de arena in’ door het gesprek aan te gaan met verschillende belanghebbenden. Waarom kies je daarvoor en wat verwacht je tegen te komen?
‘De druk op de ruimtelijke opgaven neemt toe. Denk aan woningbouw, aan stikstof, aan PFAS, aan de uitkoop van agrariërs. Dat zijn geen eenvoudige vraagstukken. Het vraagt dat we vooruitkijken en steeds de juiste afweging maken: wat kan wel, wat kan niet en wat is verantwoord voor de leefomgeving? Ik heb zelf ideeën over hoe we onze rol goed kunnen vervullen, maar ik weet ook dat de antwoorden niet alleen bij mij liggen. Juist daarom zoek ik het gesprek met anderen bewust op. Wat hebben bestuurders van ons nodig? Wat helpt bedrijven om binnen de grenzen van de milieueisen te blijven? Hoe kan ik medewerkers faciliteren om vol vertrouwen de ‘arena in te stappen’? En wat verwachten inwoners van bescherming van hun leefomgeving? De antwoorden wil ik ophalen in de praktijk. Om te verkennen hoe we vanuit verschillende rollen kijken naar onze opgave: samen werken aan een gezonde en veilige leefomgeving. En vooral: wat dat van ons allemaal vraagt. Ik verwacht veel vakmanschap en kwaliteit tegen te komen. Af en toe zal het ook botsen. Bestuurders hebben hun rol, beleidsmakers hun rol, wij hebben onze rol, burgers hebben hun rol. Dat zijn niet altijd de makkelijkste gesprekken, maar ze zijn wel nodig om onze positie te kunnen pakken.’
De hamvraag: wanneer heeft de omgevingsdienst wat jou betreft de juiste positie bereikt?
‘De omgevingsdienst is een wettelijke gemeenschappelijke regeling à la de brandweer. Maar waar de brandweer een vanzelfsprekende plek heeft in onze samenleving, geldt dat nog niet voor omgevingsdiensten. Wij bestaan pas sinds 2013, dus we hebben nog wel wat tijd. Uiteindelijk willen we doorgroeien naar een positie die net zo ‘natuurlijk’ is als die van de brandweer. Dat mensen ons ervaren als een stevige, kwalitatieve dienst. Een onmisbare dienst die de leefomgeving beschermt en die er gewoon hoort te zijn.’
Deze publicatie is het eerste deel van de contentcampagne “Ruimte nemen. Ruimte geven”. In deze campagneneemt Omgevingsdienst Groene Metropool en zijn directeur Ruben Vlaander het voortouw om de rol van omgevingsdiensten als hoeder van de leefomgeving zichtbaar te maken. Ervaringen, botsende belangen en gedeelde waarden komen op tafel en tot leven in verschillende communicatie-uitingen (onder andere artikelen, een podcast en een videoreportage). Zo ontstaat een 360-graden beeld van het spanningsveld tussen ruimte benutten en de omgeving beschermen.