ODRA en ODRN gaan samen verder als ODGM
Vanaf 1 januari 2026 gaan Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) samen verder als Omgevingsdienst Groene Metropool. Deze website vervangt de websites van ODRA en ODRN.
Telefonische bereikbaarheid 31 december
Op woensdag 31 december is ons kantoor in Arnhem telefonisch bereikbaar tot 12.00 uur. Het kantoor in Nijmegen is bereikbaar tot 13.00 uur.
Graven en saneren
Gaat u graven in de bodem of een verontreinigde locatie saneren? Dan krijgt u te maken met milieuregels uit de Omgevingswet. Het is belangrijk om vooraf te weten wat er in de bodem zit en of er sprake is van (mogelijke) verontreiniging. Zo voorkomt u gezondheidsrisico’s, milieuschade en vertraging tijdens de werkzaamheden.
Wat is het verschil tussen graven en saneren?
Graven doet u bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden, het leggen van kabels of het afgraven van tuinen en bouwputten. Daarbij kunt u in contact komen met verontreinigde grond, maar het doel is niet om de bodem schoon te maken. U werkt simpelweg in de bodem.
Saneren betekent dat u de bodem of het grondwater bewust schoonmaakt. Dit doet u als er sprake is van een verontreiniging die risico’s oplevert voor mens of milieu. Of als er bijvoorbeeld een calamiteit (ongewoon voorval) is geweest. Hebben deze plaatsgevonden na het jaar 1987 dan wordt de term ‘herstel bodemkwaliteit’ gebruikt.
Een sanering moet zorgvuldig gebeuren met een saneringsplan of saneringsmelding. De sanering moet altijd uitgevoerd worden door een erkende aannemer (beoordelingsrichtlijn BRL7000) en begeleidt door een erkend milieukundig begeleider (beoordelingsrichtlijn BRL6000).
Wanneer is de bodem verontreinigd?
Bodem wordt beoordeeld op basis van verschillende kwaliteitsklassen die aangeven hoe schoon of verontreinigd de bodem is. De bodemkwaliteitsklassen zijn:
- Landbouw/natuur (de schoonste klasse);
- Wonen;
- Industrie;
- Matig verontreinigd;
- Sterk verontreinigd (de meest verontreinigde klasse).
Elke klasse heeft eigen normwaarden voor de maximale toegestane concentraties van schadelijke stoffen in de bodem. Matig of sterk verontreinigde grond mag niet ergens anders worden toegepast. Voor de nieuwbouw bij bodemgevoelige locaties, zoals woonhuizen, mag de grond niet sterk verontreinigd zijn. Let op: soms stellen gemeenten in het Omgevingsplan strengere regels.
De grens van 25 m³
Voor kleinere graafwerkzaamheden geldt vaak een vrijstelling:
Overschrijd u de grens van 25 m³ dan is er sprake van een meldings- of informatieplicht die u via het Omgevingsloket moet doen.
Gaat u minder dan 25 kubieke meter grond verzetten? Dan hoeft u dit (meestal) niet te melden, maar u moet wel veilig werken en de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) volgen. Let op: bij kleinschalige graafwerkzaamheden in sterk verontreinigde grond geldt soms een informatieplicht op basis van het Omgevingsplan van de gemeente.
Saneren onder het overgangsrecht
Bodemsaneringen nemen vaak veel tijd in beslag. Daarom is het overgangsrecht erg belangrijk, omdat een bodemsanering op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) in volle gang kan zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden. Vanaf 1 januari 2024 is uw gemeente bevoegd gezag voor activiteiten waarbij bodemverzet plaatsvindt. Heeft u voor 1 januari 2024 een melding gedaan of een saneringsplan ingediend? Dan is de provincie of de gemeente Arnhem of de gemeente Nijmegen het bevoegd gezag. De bijbehorende formulieren zijn te vinden op de website van Rijksoverheid. U kunt ook het digitale meldingsformulier van de provincie Gelderland indienen. Als de provincie het bevoegd gezag is, dan is de Omgevingsdienst Groene Metropool uw aanspreekpunt. Lees meer over het overgangsrecht.
De melding van de start van de sanering en de melding van de beëindiging van de sanering voor werkzaamheden binnen de Provincie Gelderland, met uitzondering van de gemeente Arnhem en Nijmegen, moet u doen bij ODGM. U kunt hiervoor gebruik maken van het formulier startmelding sanering. Het ingevulde formulier kunt u ons toesturen via ons formulier Vraag over bodem.
Wat moet u regelen?
Om te weten welke gegevens u moet indienen, kunt u het overzicht met de milieubelastende activiteiten voor graven en saneren bekijken. Hier staat per activiteit in welke gegevens u ervoor moet aanleveren.
- Voer altijd een vooronderzoek uit volgens NEN 5725 om de bodemkwaliteit en de eventuele risico’s vast te stellen.
- Als uit het vooronderzoek blijkt dat de grond verdacht is op verontreinigingen, moet vaak ook een verkennend (NEN 5740) en/of nader bodemonderzoek (NTA 5717) uitgevoerd worden.
- Controleer of u meldingen en/of informatieplichten moet aanleveren aan bevoegd gezag via het Omgevingsloket.
- Werkzaamheden in sterk verontreinigde bodem moeten worden uitgevoerd door een erkende partij (BRL 7000).
- Zorg bij werkzaamheden boven interventiewaarde voor milieukundige begeleiding volgens de BRL 6000 zodat het proces gecontroleerd verloopt, de kwaliteit wordt gewaarborgd en milieuschade wordt voorkomen.
- Houd u aan de veiligheidsmaatregelen voor medewerkers en omgeving (CROW400).
Tip: check historische gegevens
Wilt u weten wat er op uw locatie bekend is over de bodem? Raadpleeg de volgende websites:
- Nazca of rapportagemodule gemeenten, milieuatlas of I-GO Viewer voor eerder uitgevoerde bodemonderzoeken.
- Topotijdreis om de ontwikkeling van het gebied te zien.
- Bodemkwaliteitskaarten voor indicatie van algemene bodemkwaliteit.
- DinoLoket en de GrondwaterTool voor gegevens over ondergrond en grondwater.